Koolhydraten tellen, een must bij type 1 diabetes?
Partager
Koolhydraten tellen: een must bij type 1 diabetes?
Koolhydraten tellen.
Voor veel mensen met type 1 diabetes klinkt het ingewikkeld, tijdrovend en soms gewoon vervelend. Maar wat als ik je vertel dat koolhydraten tellen, eens je het onder de knie hebt, je leven met diabetes net makkelijker kan maken?
Niet door alles perfect te doen, maar door beter te begrijpen wat er gebeurt in je lichaam. Minder stress, minder twijfel en vooral: meer rust in je hoofd.
In deze blog neem ik je mee in hoe je koolhydraten tellen concreet kan aanpakken, op een manier die haalbaar blijft en bij jou past.
Mijn relatie met koolhydraten (spoiler: ik hou ervan)
Laat me meteen eerlijk zijn: ik hou van koolhydraten.
Een koolhydraatarm of keto dieet? Dat zou voor mij niet werken.
Toen ik in 2015 mijn diagnose type 1 diabetes kreeg, was ik bang dat ik plots heel veel niet meer zou mogen eten. Gelukkig werd ik snel gerustgesteld: ik mocht nog steeds alles eten, MAAR ging rekening moeten houden met de koolhydraten. Ik kreeg ookt te horen dat ik het koolhydraten tellen 'wel binnen de zes maanden onder de knie zou hebben'.
Spoiler alert: bij mij duurde dat veel langer.
En dat lag niet aan een gebrek aan inzet of motivatie.
Koolhydraten tellen is namelijk geen simpele rekensom. Het is een vaardigheid, met nuances, uitzonderingen en vooral: veel leermomenten.
Een van mijn grootste frustraties aan leven met type 1 diabetes is dat het geen exacte wiskunde is. Eén plus één is niet altijd twee, en dat geldt zeker ook voor koolhydraten tellen.
Waarom koolhydraten tellen zo belangrijk is
Door de jaren heen heb ik geleerd, met de hulp van m'n diabetesteam en veel opzoekwerk, hoe mijn lichaam reageert in verschillende situaties. Dat gaf mij rust en vertrouwen. Maar ik weet dat niet iedereen die begeleiding krijgt.
Ik herinner me een moment waarop ik iets ging drinken met iemand die ook type 1 diabetes heeft. Bij ons drankje kregen we een potje chips. Ik nam er eentje en zij keek me verbaasd aan: “Huh, mag jij dat nog eten? Ik eet dat echt nooit meer.”
Er was haar was nooit duidelijk uitgelegd dat het bij type 1 diabetes niet gaat over wat je “mag” eten, maar over weten wat je eet en je insuline daarop afstemmen. Haar bloedsuiker was moeilijk onder controle, wat bijna onvermijdelijk is als je geen inzicht hebt in koolhydraten.
Niet iedereen krijgt die uitleg vanaf het begin. En precies daarom deel ik mijn ervaring.
Koolhydraten tellen in 5 haalbare stappen
Stap 1: Kijk naar je bord
Begin met bepalen welke onderdelen van je maaltijd koolhydraten bevatten.
Denk aan:
-
brood, wraps, crackers
-
pasta, rijst, aardappelen
-
fruit
-
melk en yoghurt
-
zoet beleg
Je hoeft niet alles tegelijk perfect te doen. Bewust kijken is al een eerste stap.
Stap 2: Schat of meet je portie
In het begin raad ik aan om zoveel mogelijk af te wegen.
Een keukenweegschaal helpt je om portiegroottes te leren kennen.
Ik heb ooit zelfs mijn frietjes in de frituur afgewogen, 315 gram voor een klein pakje. Dat hoeft natuurlijk niet altijd, maar het gaf mij wel een referentie voor later.
Voor vloeibare producten is een maatbeker handig.
En als je niets bij de hand hebt, kan je inschatten op zicht, dat komt met ervaring.
Altijd perfect meten is niet nodig. Een realistische inschatting is meestal voldoende.
Stap 3: Zoek het aantal koolhydraten op
Dat kan op verschillende manieren:
-
via het voedingsetiket (kijk naar totaal koolhydraten, niet alleen “waarvan suikers”)
-
via een app
-
via koolhydraattabellen in boeken
-
of via ervaring met vaste producten
Ik weet ondertussen bijvoorbeeld hoeveel koolhydraten één sneetje brood van mijn vaste bakker bevat. Dat hoef ik niet meer telkens te wegen.
Stap 4: Tel alles samen
Tel de koolhydraten van je verschillende onderdelen bij elkaar op.
Voorbeeld:
-
2 sneetjes brood: 30 g
-
beleg: 5 g
-
fruit: 15 g
👉 Totaal: 50 gram koolhydraten
Dit totaal gebruik je als basis voor je insulinedosering.
Vetten en eiwitten spelen ook een rol (ze vertragen de opname), maar daar ga ik in een volgende blogpost dieper op in.
Stap 5: Stem af op jouw persoonlijke insuline-koolhydraatratio
Iedereen heeft een persoonlijke insuline–koolhydraatratio.
Gebruik je een pomp, dan berekent die veel voor je. Gebruik je pennen, dan reken je zelf.
Belangrijk:
➡️ Het aantal gram koolhydraten is niet gelijk aan het aantal eenheden insuline.
Hou ook rekening met:
-
je huidige bloedsuiker: is die hoog, voer dan ook een correctiebolus in en wacht nog even met eten tot je insuline goed aan het werken is. Is die eerder laag met een dalende trend: wacht dan nog even om je maaltijdinsuline toe te dienen
-
geplande beweging: ga je na het eten gaan sporten, pas dan ook je insulinedosering daaraan aan door iets minder insuline tegeven
-
timing van je insuline: zie ook punt 1
Bijsturen achteraf hoort erbij. Dit is geen exacte wetenschap.
Bloedsuiker is informatie, geen oordeel
Type 1 diabetes is geen one size fits all.
Elk lichaam reageert anders. Zo stijgt bij sommige mensen de bloedsuiker na koffie, ook al bevat koffie geen koolhydraten.
Elke maaltijd is oefening. Het hoeft niet perfect te zijn.
Extra hulpmiddel: gratis cheat sheet
Ik heb deze 5 stappen gebundeld in een handige cheat sheet die je kan downloaden. Zo heb je altijd een houvast bij de hand.
👉 Je kan deze downloaden via deze link: https://tinsulin.be/pages/gratis-cheat-sheet-koolhydraten-tellen-in-5-stappen
Hoe vaker je dit stappenplan gebruikt, hoe minder je het bewust nodig hebt. Na verloop van tijd wordt het een tweede natuur.
Bekijk ook de video
Deze blog is gebaseerd op mijn eerste YouTube-video over koolhydraten tellen.
In de video neem ik je hier rustig in mee, met extra uitleg en voorbeelden.
👉 Bekijk de video hier: https://youtu.be/Xq0TcLmkSbw